De grenswaarden verschillen vanwege de hoeveelheid van methaan/waterstof die de bacteriëen bij de vertering aanmaken. Over het algemeen wordt er - ook bij lactose intolerantie - maar heel weinig methaan aangemaakt. Slechts enkele mensen produceren zowel waterstof als methaan of uitsluitend methaan bij lactose intolerantie.


Opdat we alle personen kunnen analyseren meten we beide waarden in de test.


Bij "gezonde" mensen bevat de uitgeademde lucht slechts een minieme hoeveelheid waterstof en geen methaan. Zodra een van de twee grenswaarden of allebei overschreden zijn, is er sprake van lactose intolerantie. Vandaar zijn deze waarden allebei even belangrijk. Indien slechts één van de gassen een resultaat oplevert, betekent dit alleen maar, dat de bacteriën in de darmen een of ander gas produceren. Dit wijst in ieder geval op lactoseintolerantie.